Rome-convention.org - online database on the convention on the Law Applicable to Contractual Obligations (Rome 1980)




Cases

Bibliography

About this site
Editors
Home

ERA - Academy of European Law Trier
With the support of the European Union
 
 


Text of the Austria, Finland and Sweden Explanatory Report

TOELICHTEND VERSLAG bij het Verdrag inzake de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het eerste en het tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie (Goedgekeurd door de Raad op 26 mei 1997) (97/C 191/02)

Publikatieblad nr C 191 van 23/06/1997 BLZ. 0011 - 0012

INLEIDING

Het op 19 juni 1980 ter ondertekening opengestelde Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Verdrag van Rome van 1980) bevat in zijn feitelijke toepassingsgebied uniforme collisieregels. Deze regels vormen op dat gebied een belangrijke aanvulling op het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van 27 september 1968 (Verdrag van Brussel van 1968). Volgens artikel 28 van het Verdrag van 1980 kan dit Verdrag (slechts) ondertekend worden door staten die partij zijn bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.

Om de nieuwe lidstaten van de Europese Unie, die zich ertoe hebben verbonden ook toe te treden tot het Verdrag van Rome van 1980, op te nemen in de aldus bereikte eenmaking van de regels, is het Comité van permanente vertegenwoordigers op 1 februari 1996 overeengekomen een werkgroep op te richten, die de toetreding van de drie nieuwe lidstaten tot de Verdragen van Brussel en Rome en de desbetreffende protocollen in de bij de latere toetredingsverdragen aangepaste en gewijzigde versie moet voorbereiden. De groep heeft de voor de toetreding van de drie staten noodzakelijke technische wijzigingen in twee vergaderingen uitgewerkt.

Verder wordt het Protocol over de uitlegging door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ondertekend op 19 december 1988 en hierna te noemen "eerste Protocol van 1988" technisch aangepast met een opsomming van de hoogste rechterlijke instanties in de toetredende landen.

Het eerste Protocol van 1988 en het Protocol waarbij aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bepaalde bevoegdheden worden toegekend inzake de uitlegging van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomsten, dat op 19 december 1988 is ondertekend, hierna te noemen "tweede Protocol van 1988" (gewoonlijk aangeduid als Uitleggingsprotocollen van 1988), beogen een uniforme uitlegging van het Verdrag van 1980. Zij zijn nog niet in werking getreden.

Van het voorstel van Oostenrijk om naar aanleiding van het Toetredingsverdrag de regeling inzake consumentenbescherming van artikel 5 van het Verdrag van 1980 uit te breiden, werd door de groep met belangstelling kennis genomen. Gebleken is evenwel dat de behandeling van een dergelijk vraagstuk nogal ingewikkeld ligt, hetgeen een diepgaande bespreking vergt en dus een vertraging in de afsluiting van de werkzaamheden zou betekenen. Daarom heeft de Conferentie van de regeringen der lidstaten op het moment van aanneming van het Toetredingsverdrag op 29 november 1996 een verklaring van de Oostenrijkse delegatie goedgekeurd waarin het van belang wordt geacht dat er op korte termijn beraad plaatsvindt over deze kwestie. Deze verklaring is aan de notulen van de Conferentie gehecht.

Het Toetredingsverdrag bevat slotbepalingen. Tenslotte brengt het Toetredingsverdrag een wijziging aan in het Protocol bij het Verdrag van 1980 dat thans, naast Denemarken, ook Zweden en Finland toestaat hun collisieregels inzake het goederenvervoer over zee te handhaven.

TITEL I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Hierin wordt uitdrukkelijk bepaald dat de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden toetreden tot de in hoofde genoemde drie instrumenten, namelijk het Verdrag van Rome van 1980 en de twee Uitleggingsprotocollen van 1988.

Het Verdrag van 1980 is door twee eerdere toetredingsverdragen gewijzigd, namelijk door het op 10 april 1984 te Luxemburg ondertekende Verdrag inzake de toetreding van Griekenland, hierna te noemen "Toetredingsverdrag van 1984", en het op 18 mei 1992 te Funchal ondertekende Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal, hierna te noemen "Toetredingsverdrag van 1992". De toetreding van de drie nieuwe lidstaten heeft betrekking op deze gewijzigde versie van het Verdrag van 1980.

TITEL II

Aanpassingen in het Protocol bij het Verdrag van 1980

Artikel 2

Artikel 21 van het Verdrag van 1980 bepaalt dat de lidstaten afwijkend recht mogen handhaven wanneer dat berust op een internationaal verdrag waarbij de betrokken staat partij is. De Deense collisieregeling voor goederenvervoer over zee wijkt af van het Verdrag van 1980, maar is in overeenstemming met het recht van de andere Scandinvische landen. Deze onderlinge rechtsaanpassing tussen de Scandinavische landen berust weliswaar (oorspronkelijk) niet op een internationaal verdrag, maar is tot stand gekomen door de gelijktijdige aanneming van gelijkluidende wetten door de parlementen van deze landen, zodat artikel 21 in dit geval niet van toepassing is, hoewel die onderlinge aanpassing van het recht feitelijk veel overeenkomst vertoont met de onderlinge aanpassing op grond van een internationaal verdrag. Om Denemarken in staat te stellen dat eenvormige recht te handhaven, werd aan het Verdrag van 1980 een desbetreffend protocol toegevoegd.

Aangezien voor Zweden en Finland, die aan de Scandinavische eenmaking van het recht hebben deelgenomen, hetzelfde geldt als voor Denemarken, wordt in artikel 2 dit protocol ook op Zweden en Finland van toepassing verklaard. Om die reden wordt als verwijzing naar het Deense recht geactualiseerd.

De lidstaten hebben het evenwel wenselijk geacht een gemeenschappelijke verklaring af te leggen, die aan het Verdrag is gehecht en waarin zij er akte van nemen dat Denemarken, Finland en Zweden zich bereid verklaren na te gaan in hoeverre, bij wijziging van hun nationale wetgeving ten aanzien van kwesties in verband met het goederenvervoer over zee, in de toekomst steeds de procedure van artikel 23 van het Verdrag van 1980 kan worden nageleefd.

TITEL III

Aanpassingen in het eerste Protocol van 1988

Artikel 3

In artikel 2 van het eerste Protocol van 1988 worden onder a) de hoogste rechterlijke instanties van de verdragsluitende staten genoemd, die prejudiciële vragen kunnen voorleggen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Deze lijst wordt aangevuld met de hoogste rechterlijke instanties van de toetredende staten.

TITEL IV

Slotbepalingen

Artikelen 4 tot en met 8

In de slotbepalingen worden, naar het voorbeeld van de Toetredingsverdragen van 1984 en 1992, de Finse en Zweedse versie van het Verdrag van 1980, de Uitleggingsprotocollen van 1988 en de Toetredingsverdragen van 1984 en 1992 aan de andere taalversies gelijkgesteld, wordt bepaald dat het Toetredingsverdrag door de ondertekenende staten bekrachtigd moet worden, wordt de inwerkingtreding ervan geregeld en wordt ten slotte bepaald dat het Toetredingsverdrag in de twaalf talen van de Europese Unie gelijkelijk authentiek is.

Bij de ondertekening van het Toetredingsverdrag zijn de teksten van het Verdrag van 1980, van de twee Uitleggingsprotocollen van 1988 en van de uit latere toetredingen voortvloeiende wijzigingen in het Fins en het Zweeds vastgesteld.

 

Danish German Greek English Spanish Finish French Italian Portugese Svedish